Jan Vrij: ‘Taskforce hard aan het werk om problemen PFAS en Zeer Zorgwekkende Stoffen te tackelen’

Door alle media-aandacht voor het Coronavirus lijkt het stil rondom alle perikelen die PFAS met zich meebrengen. ‘Het tegendeel is waar’, stelt Jan Vrij, directeur bij AH Vrij.

Naast het lidmaatschap van de BSNC is Jan voorzitter van sectie Grondverzet en Cultuurtechniek van Cumela Nederland. ‘Vanuit die rol ben ik lid van de Taskforce die door de minister in het leven is geroepen om alle praktische problemen en uitdagingen rondom PFAS te tackelen. Hierin maken naast het bedrijfsleven ook vertegenwoordigers van het ministerie, de Unie van Waterschappen, de Omgevingsdiensten, IPO en de VNG deel van uit. Elke 14 dagen -en regelmatig ook tussentijds- vergadert de Taskforce. We behandelen problemen, analyseren deze en adviseren gezamenlijk de minister. Er zijn op dit moment veel praktische problemen maar ook interpretatieverschillen.’

Analysemethoden
Jan schetst de stand van zaken: ‘In het begin had iedereen problemen met de afzet en het toepassen van grond. Dat is nu voor een groot deel opgelost. Iedereen weet inmiddels dat je de grond moet analyseren op PFAS. Eén van de problemen, waar we het nu over hebben, is dat er verschillende analyse methodes zijn met mogelijk verschillende resultaten. Alle analyse methoden zijn toegestaan. Voordat je iets kan zeggen over een definitief handelingskader zal hier eerst duidelijkheid over moeten komen.

Daarnaast vindt Jan het belangrijk dat er meer kennis komt over PFAS. ‘Waar zitten de risico’s van PFAS eigenlijk? Hoe groot is het humane en milieu risico? Staat dat in verhouding met de nu geldende norm? Waar komt het vandaan en waar zit het in? Voor de sportvelden sector is het bijvoorbeeld belangrijk om te weten of er PFAS zit in en vrijkomt bij kunstgrasvelden. Dat weten we nu niet. Volgens mij is dat nog nooit onderzocht. Het is belangrijk om daar als sector onderzoek naar te doen en data te verzamelen voordat het door de overheid wordt opgelegd. We moeten problemen zoveel mogelijk zien te voorkomen.’ Voor opdrachtgevers heeft Jan ook een dringend advies: ‘Zorg dat je ook het infill bemonstert op PFAS als je een veld gaat laten verwijderen. Als je het niet doet en een verwerker vraagt er om, dan sta je 1-0 achter…’

Zeer Zorgwekkende Stoffen
Naast PFAS ligt er in de toekomst nog een uitdaging op de loer: de lijst met Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). ‘Deze zijn te vergelijken met PFAS, maar niemand weet wat voor stoffen er precies zijn en wat hierbij in de toekomst gaat spelen. We zitten er als Taskforce bovenop om de overheid ervoor te behoeden niet dezelfde fout te maken als bij de PFAS. Daar hebben ze eerst een norm vastgesteld en zijn daarna gaan analyseren. In de toekomst moet de volgorde anders. Eerst analyseren en daarna bekijken of er wel een humaan of milieu risico is én daarna een reële norm vaststellen.

Ten aanzien van PFAS en de ZZS is volgens Jan nog het meest belangrijk dat de bronnen worden aangepakt. Chemours bijvoorbeeld stoot dagelijks nog veel PFAS uit via de lucht en het water. Ook via de Rijn, vanuit Duitsland, komt water binnen dat PFAS bevat. In het geval van droogte wordt dat water gebruikt om te beregenen. Maar er zijn ook tal van producten die via ons ‘huishoudelijk’ afvalwater in het oppervlakte water terecht komt. Zoals zonnebrand en zepen waar PFAS in verwerkt is. Dat geldt mogelijk straks ook voor de producten waar de ZZS’en in verwerkt zijn. Het is belangrijk uit te zoeken wat waar in zit en daar naar te handelen. Anders creëren we een enorm probleem voor de toekomst.’

X