Commissie Onderzoek: ‘laat die aanvragen maar komen’

Met plezier reizen de leden van de Commissie Onderzoek zo’n vijf keer per jaar uit alle hoeken van het land af naar het BSNC-kantoor in Houten. Daar vergaderen zij onder leiding van voorzitter en directeur van de branchevereniging Ben Moonen over diverse onderzoeksthema’s: de meerwaarde van natuurgras, microplastics en het verwijderen ván en de gladheidsbestrijding óp kunstgrasvelden. 

“Onderzoek doen is een kernactiviteit van de BSNC”, zegt Jochem Knol, in het dagelijks leven actief als Senior Adviseur Sport bij ingenieursbureau Sweco. Jochem maakte deel uit van het oprichtingsbestuur van de branchevereniging en is samen met Henk Kool (Antea Group) sinds het prille begin lid van de commissie. “Onze taak is het beoordelen van nieuwe onderzoeksvoorstellen, het adviseren van het bestuur van de BSNC en het monitoren van lopende onderzoeken. De commissie bestaat naast Ben, Henk en mijn persoon uit Gert-Jan Kieft (KIWA ISA Sport), Olaf Bos (Barenburg), Louis Grannetia (SGS Intron), Maurice Evers (Lumbricus) en Inge Schrader (Gemeente Breda). Allemaal gedreven en enthousiaste collega’s. Ben vervult als voorzitter een belangrijke rol bij het binnenhalen van co-financiers.”

Jochem vindt het commissiewerk erg leuk. “Op deze manier een bijdrage leveren aan een van de kerntaken van de BSNC geeft veel voldoening. Een deel van het lidmaatschapsgeld is bestemd voor het verrichten van onderzoek. Het is en blijft daarom een mooie uitdaging om met relatief beperkte financiële middelen in een kort tijdsbestek antwoord te geven op wezenlijke onderzoeksvragen. Daar zijn we voor. Ik nodig andere commissies en de leden van de BSNC bij deze van harte uit om met voorstellen te komen. Zie het als een oproep: laat die aanvragen maar komen.”

Kritisch
De leden van de Commissie Onderzoek hoeven zich overigens niet te vervelen. Integendeel. Onderwerpen voor onderzoek zijn er genoeg. Er zijn veel ontwikkelingen in de markt. Het toetsen van aanvragen gaat echter niet zonder slag of stoot. Jochem hierover: “We zijn kritisch en willen het beschikbare budget zo goed mogelijk besteden. Als commissie stellen we daarom een aantal duidelijke voorwaarden aan de onderzoeksopzet. Is die bijvoorbeeld helder geformuleerd, kwalitatief van een aanvaardbaar niveau, actueel en maatschappelijk-breed relevant en interessant? En zowel in het algemene belang als dat van de BSNC-leden? Of rechtvaardigt veel aandacht in de media voor een bepaald onderwerp een onderzoek? Denk aan het verspreiden van microplastics van kunstgrasvelden in de omgeving.  Onze strategische onderzoeks-agenda geeft hoge prioriteit aan de thema’s veiligheid en duurzaamheid. Daarom stimuleren we ook de ontwikkeling van het duurzaamheidslabel.”

Jochem kan niet zo snel één hoogtepunt noemen uit al die jaren als commissielid. Er zijn verschillende ‘wapenfeiten’ die hem met enige trots vervullen. Zoals het gezamenlijke onderzoek van BSNC en branchevereniging Plantum (voor bedrijven uit de sector plantaardig uitgangsmateriaal) naar de meerwaarde van natuurgras op het vlak van klimaat, gezondheid en duurzaamheid. Op Duurzame Dinsdag 5 september overhandigde een delegatie van beide organisaties in Den Haag het eindrapport hierover aan de huidige staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven, destijds voorzitter van de Kamercommissie Milieu en Infrastructuur. Jochem: “Wij waren als Commissie Onderzoek in de begeleidende sfeer nauw betrokken bij het onderzoek met de titel ‘Écht gras is altijd groener. De meerwaarde van natuurgras voor de omgeving’. BSNC en Plantum wilden hiermee meer inzicht verkrijgen in de volgende drie punten: het belang van sportaccommodaties voor de duurzame stad, de gevolgen van de toename van asfalt en kunstgras en de meerwaarde van natuurgrassportvelden. Én de mogelijkheden om sport als integraal onderdeel te zien bij de inrichting van de stad. Toch mooi dat we met relatief weinig geld erin slagen een gedegen en volwassen onderzoek te verrichten dat ook in Den Haag serieus genomen wordt. Daar mogen we best een beetje trots op zijn.”

Discussies
Inge Schrader maakt sinds november 2016 deel uit van de commissie. De projectmanager buitensport van de gemeente Breda voelt zich in het achtkoppige gezelschap als een vis in het water. “Eerst moest ik wel even wennen. De materie is anders dan in mijn dagelijkse werk. Al snel voelde ik me helemaal op mijn plek en inmiddels praat ik volop mee als we onderzoeksvoorstellen beoordelen. Waarbij we echt niet altijd meteen op een lijn zitten. De meningen zijn wel eens verdeeld. Dat leidt tot stevige en inhoudelijke goede discussies. Dat hoort ook zo. Uiteindelijk komen we er altijd uit. Mede dankzij onze gedreven voorzitter Ben Moonen. Hij is de stabiele factor in de commissie en zorgt voor een goede sfeer.”

Inge vervolgt: “Ik zit als commissielid met een bulk aan kennis en ervaring aan tafel. Inspirerende collega’s en specialisten waar ik veel van opsteek. Het is daarnaast heel prettig om qua ontwikkelingen in de sportsector zo dicht bij het vuur te zitten. Zowel voor mij persoonlijk als voor mijn werkgever, de gemeente Breda, heeft het commissiewerk meerwaarde. Vooral omdat we als leden in een vroegtijdig stadium goed op de hoogte zijn van veel zaken die spelen in de sportsector. Bovendien sluiten de besproken onderwerpen prima aan op mijn dagelijkse werk. Duurzaamheid is bijvoorbeeld ook voor de gemeente een heel belangrijk aandachtspunt. Breda nam niet voor niets deel aan de pilot voor het duurzaamheidslabel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen staat eveneens hoog op onze agenda.”

Kortom: het werk in de commissie bevalt Inge in alle opzichten uitstekend. “Het is fijn om even uit de waan van de dag te zijn en met de andere leden te sparren over verschillende actuele thema’s. Het laagdrempelige karakter van de Commissie Onderzoek spreekt me aan. En ons werk doet ertoe. Zeker nu er van alles speelt in de sector is de behoefte aan goede onderzoeken groot. Toen ik mijn baas bij de gemeente vertelde dat ik graag aan de slag wilde als lid van de BSNC-Commissie Onderzoek  vroeg hij twee dingen. ‘Word je daar blij van en heeft het waarde voor de gemeente Breda? Na ruim een jaar kan ik die twee vragen volmondig met ‘ja’ beantwoorden!”

 

 

 

 

X