Onderzoek naar veiligheid werknemers bij aanleg kunstgrasvelden

Stofkapjes niet langer nodig tijdens instrooien zand’

Het vochtig maken van instrooizand is een effectieve maatregel om de concentratie respirabel stof drastisch te verlagen. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek dat Kempeneers Milieu en Management uitvoerde in opdracht van de BSNC naar de veiligheid van werken bij de aanleg van kunstgrasvelden. Als werkgevers én werknemers zich daarnaast houden aan alle preventieve en beschermende maatregelen van de BSNC-checklist, is het niet noodzakelijk stofkapjes te dragen tijdens het instrooien van zand.

Respirabel stof is het deel van de (fijn)stof die we inademen en diep kan doordringen tot in de onderste delen van de luchtwegen. Centraal in het onderzoek door Kempeneers Milieu en Management stond de volgende vraag: ‘Helpt het bevochtigen van instrooizand als maatregel tegen de blootstelling aan (kwarts) stof bij de aanleg van kunstgrasvelden?’ Het rapport met daarin de resultaten en conclusies is inmiddels besproken en vastgesteld door de commissie Kunstgras.

Op verzoek van initiatiefnemer J&E Sports (onderdeel Antea Group) uit Oss voerde Kempeneers in 2014 enkele fijnstofmetingen voor de BSNC uit op Sportcomplex Lignum in Leiden. “Voor mij als werkgever staat de gezondheid van mijn mensen tijdens de uitoefening van hun werk voorop”, benadrukt mede-oprichter John van Gennip van J&E Sports. Het bedrijf is actief op het gebied van aanleg en onderhoud van kunstgras, sportsystemen en landscaping.

Van Gennip: “Het is van groot belang om de risico’s voor de werknemers zoveel mogelijk uit te sluiten en de aanleg van kunstgrasvelden veilig te laten verlopen. Daarom deden wij in samenwerking met de leverancier van instrooizand Filcom (inmiddels opgegaan in moederbedrijf Sibelco) verschillende proeven met (licht) vochtig instrooizand dat werd aangevoerd door een betonmixer. De blootstelling aan de hoeveelheid stof leek veel minder. Omdat het alleen om een visuele constatering ging, wilden via onderzoek door een deskundig bedrijf achterhalen of dit ook feitelijk klopte.”

Grenswaarde
De fijnstofmetingen voor de BSNC bevestigden de uitkomst van de proeven van J&E Sports. Deze toonden namelijk aan dat door het gebruik van het bevochtigde instrooizand sprake was van een ‘aanzienlijk verbeterde situatie’. “Het is op basis van deze meetgegevens waarschijnlijk dat de blootstelling van een medewerker tijdens een werkdag gemiddeld onder de grenswaarde voor respirabel kwartsstof blijft”, luidt de conclusie van de zogeheten QuickScan.

Van Gennip nam aangespoord door de bemoedigende resultaten enkele maatregelen. “De verwachting was dat de logistiek met betonmixers vanwege de hogere kosten niet breed zou aanslaan binnen onze sector. Daarom gaven we samen met Filcom op een andere en betere manier invulling aan de bevochtiging van het zand én de logistiek. Het eerste gebeurt op de productielocatie, bij de fabriek dus. In plaats van te werken met betonmixers maken we gebruik van de reguliere methode: de aanvoer gebeurt hierbij met bulkwagens en de tijdelijke opslag heeft plaats in zandsilo’s bij het sportpark. Mocht deze maatregel óók zijn vruchten afwerpen en de kwartsstof van instrooizand verminderen, dan is die toepasbaar voor de gehele kunstgrassector.”

Nader onderzoek
Voor de BSNC was bovenstaande reden om Kempeneers te vragen nader onderzoek te doen naar de effectiviteit van de (reguliere) methode. In overleg met J&E Sports verrichtte het milieubedrijf dit keer fijnstofmetingen op het terrein van hockeyclub Union in Malden. Van Gennip: “Om het effect van de maatregelen goed te vergelijken, maakten we dit keer gebruik van zowel droog als vochtig instrooizand van Filcom uit de groeve in Wessem.”

De conclusies van het vervolgonderzoek op de QuickScan zijn opnieuw positief. ‘Door het bevochtigen van instrooizand blijft de concentratie respirabel kwartsstof bij alle werkzaamheden onder de grenswaarde, met uitzondering weliswaar van het lossen van de bulkwagen. Hierbij is de overschrijding twee keer de grenswaarde. Door de silo-uitlaat benedenwinds te kiezen is het zeer waarschijnlijk dat de feitelijke blootstelling voor medewerkers verwaarloosbaar is”, staat in het onderzoeksrapport. Kempeneers doet in het verslag de aanbeveling om de maatregelen uit de BSNC-checklist in de praktijk te handhaven. Volgens het bedrijf is het wél raadzaam om in plaats van de in de lijst genoemde waterbak aan de silo-uitlaat, bevochtigd instrooizand te gebruiken.

‘Als werkgevers en -nemers bovenstaande naleven, is het niet noodzakelijk bescherming (stofkapjes) te dragen tijdens het instrooien van zand’, valt op te maken uit het rapport.

Van Gennip is content met de uitkomsten. “We vreesden vooraf even dat het vochtige zand zou blijven plakken in de silo of zou gaan klonteren. Daar is echter geen sprake van. Dezelfde hoge kwaliteit blijft gegarandeerd. Daarom hoop ik dat leveranciers gaan investeren in dit type zand.” Hij stelt zelfs: “Wij opereren op de internationale markt. Het bevochtigen van instrooizand zou men in heel Europa verplicht moeten stellen. Want nogmaals: de gezondheid van de werknemers staat bij de aanleg van de kunstgrasvelden altijd bovenaan het lijstje en is prioriteit nummer één.”

Directeur Ben Moonen van de BSNC is blij met de bevindingen: “De blootstelling aan stof is altijd een probleem geweest bij de aanleg van kunstgrasvelden. Uit onderzoek blijkt nu dus dat het gebruik van licht vochtig instrooizand de kwartsstofbelasting flink verlaagd voor medewerkers en dat de veiligheid toeneemt. Dat is een belangrijke bevinding voor de hele branche.”

X