Duo-interview II met twee BSNC-ers van het eerste uur: Kees Haaksman en Jochem Knol

Eind 2023 spraken we met twee BSNC-ers van het eerste uur: Kees Haaksman en Jochem Knol. Zij zijn beiden, namens hun organisaties, medeoprichter van de BSNC. En ze namen kortgeleden afscheid van de vereniging. Op het kantoor van Sweco in Zwolle, vergezeld door gevulde speculaas en goede koffie, kregen Kees en Jochem van interviewer Juul van Rijn lastige dilemma’s voor de kiezen. En zij móesten kiezen… In nieuwsbrief 51 stond deel 1 van het interview, in deze eerste nieuwsbrief van 2024 lees je het vervolg.

Jochem of Kees?

Jochem kiest voor Kees: “Het is bijna een onmogelijke vraag, maar ik kies voor Kees. Het is een kunst om de mensen in hun waarde te laten, en bij elkaar te brengen en dat doet Kees. Daarnaast heeft hij een tomeloze inzet en is hij altijd in staat geweest om buiten het bedrijfsbelang (werkte 32 jaar bij Agterberg, waarvan 25 jaar als commercieel directeur, Red.) de vereniging vorm te geven.” Jochem vindt het echt knap hoe Kees zo lang en op die manier zich blijft inzetten voor de vereniging.

Kees schuwde het niet om zo nu en dan de knuppel in het hoenderhok te gooien. “Dat was ook nodig”, legt Jochem uit, want door discussie en het bekijken van standpunten uit diverse hoeken wilde het oprichtingsbestuur te allen tijde voorkomen dat de nieuwe branchevereniging een aannemersclubje zou worden. De bouwfraude was net achter de rug en het zuiver positioneren van de vereniging was van groot belang. Het was goed dat ook adviesbureaus en leveranciers lid konden worden en transparantie geborgd werd.”

Kees: “Ik houd van een stip op de horizon, dat heb ik mijn hele leven gehad.” Die moet je zetten om met elkaar verder te komen. Of je die stip werkelijk bereikt of niet is minder belangrijk”, aldus Kees, de stappen ernaartoe, daar gaat het hem om.

We vragen nog even door: “Waar komt die drive vandaag? Dat idealisme, die stip op de horizon?

Kees; “Tja, zo ben ik gebakken. Dat heb ik in mijn hele professionele carrière zo gehad. En dat heb ik privé veel minder, dat gaat zoals het gaat.”

Even later vult Kees zijn antwoord op de vraag aan, hij heeft er even over nagedacht.
De drive werd hem voor het eerst helder toen hij een jaar of 18,19 was. Hij zocht naar de juiste keuzes in zijn leven en werd opgeroepen voor de dienstplicht. Als officier van 19 werd hem gevraagd om leiding te geven aan een peloton van 25 man. Dat was, achteraf gezien, een goede ervaring. “Daar heb ik geleerd helder te zijn en mensen mee te nemen in de bedoelingen van een opdracht of doel. Dat was een leerrijke en zinvolle tijd, die mij heeft gevormd.”

De passie van Jochem komt voort uit zijn interesse in de maatschappij en in allerlei ontwikkelingen. Dit begon bij de start van zijn carrière bij Grontmij (later Sweco – Jochem heeft daar bijna veertig jaar gewerkt). In combinatie met de overtuiging: “Je moet je dingen goed doen. En daar moet je over nadenken.” Hij licht dit toe. Je wordt ingehuurd als adviseur, dan doe je onderzoek, je denkt na, je weegt voors- en tegen af en komt tot een weloverwogen advies. Je moet als adviseur aangeven wat volgens jou de beste optie is. En daar geef je een goede onderbouwing bij.” Dat moet je dus niet uit de weg gaan”, aldus Jochem.

Gras of kunstgras?

Jochem hoeft niet te lang na te denken: Gras! Omdat: “Ik denk dat kunstgras in een aantal gevallen een oplossing is. Als je ruimtetekort hebt bijvoorbeeld. Maar ik denk dat kunstgras inmiddels meer tot een soort luxe- of statusproduct is geworden. Het lijkt alsof daardoor de sport een dienst wordt bewezen, maar de hoge exploitatiekosten leiden tot hoger lidmaatschapsgeld voor de sporters. Wordt sport dan niet onbetaalbaar? De exploitatiekosten voor kunstgras zijn heel erg hoog en de velden worden vaak niet vol gebruikt. De lidmaatschappen van voetbal, volkssport nummer een, zijn mede hierdoor veel meer gelijkgetrokken met die van andere (duurdere) sporten. Je bent uiteindelijk zo de sport duurder aan het maken en maakt sport voor mensen die het minder breed hebben onbereikbaar.”

Belangrijk argument voor Jochem is duurzaamheid. Want kunstgras is niet natuurlijk meent hij, en moet na een jaar of tien worden vervangen. Het gaat Jochem om het evenwicht. Want: je kiest voor kunstgras als er veel speeluren nodig zijn, als er weinig ruimte voorhanden is, als het echt een aanvullende bijdrage is voor de sport. Anders kies je voor gras.

Kees is het er wel mee eens, hij vult aan: “Er zijn sporten die met kunstgras beter uit de verf komen, hockey bijvoorbeeld. Bij voetbal is dat niet het geval. Met ruimtegebrek kan ik me voorstellen dat je voor kunstgras kiest. Dan wordt het ook ten volle benut. Maar voor mij is (ook) het grootste punt duurzaamheid.”

“Dat is voor mij een belangrijke reden om te zeggen: ga met beleid om met kunstgras. Kan je het volledig belasten, dan is het de investering waard. Het aanleggen van een kunstgrassportveld lijkt echter soms een prestigekwestie, aangestuurd door politieke keuzes.” Aldus Kees (hier wordt hij even fel).

Onderzoek of praktijk?

Kees geeft Jochem het woord: “Nou trap jij maar af.”

Jochem: “Ik heb altijd in de commissie Onderzoek gezeten en ik vind onderzoek erg leuk. Ik denk dat onderzoek en praktijk altijd samengaan, maar je begínt bij onderzoek. En het onderzoek probeer je dan te toetsen in de praktijk.” Jochem was tot voor een half jaar geleden actief lid van de Toetsingscommissie van de BSNC. In het verleden was hij betrokken als portefeuillehouder vanuit het bestuur.

Kees bekijkt het van een andere kant: “Ik denk dat er ook kleinere bedrijven zijn die beginnen bij de uitvoering van een idee. Zij moeten dit later handen en voeten geven, onderzoekstechnisch, om zeker te weten dat het een goed idee is en om het in een later stadium te kunnen vermarkten.”

Topsport of recreatie?

Het is weer even een paar seconden stil aan tafel. Kees kiest: “Recreatie. Zonder recreatie, amateursport, geen topsport. De basis moet gelegd worden bij het volk. En moet starten bij bewegen; dat is de drive voor mij. ” Vervolgens komen uit de competities bij al die clubs en activiteiten de topsporters in spe dan boven drijven, zo licht Kees toe.

Hier is Jochem het met hem eens. “Daar begint het! Bij de recreatie, bij de breedtesport.” De amateursport, dat is primair het belang van de BSNC. “In de topsport gaan vaak andere financiële belangen spelen.”

Het zijn twee verschillende werelden die ook wel weer wat aan elkaar kunnen hebben, menen de twee heren. “Er zit veel kennis in de topsport, er wordt veel onderzoek gedaan” aldus Kees. En, vult Jochem aan, het is mooi dat momenteel de BSNC en de KNVB samen onderzoek doen naar de kwaliteitsverbetering van voetbalvelden. Basis hiervoor zijn gegevens die bij betaald voetbalclubs worden verzameld en naar wij hopen kan de amateursport hiervan profiteren.

Praten of doen? 

Kees neemt als eerste het woord. Logisch, want: “Ik ben een doener. Maar pas nadat er consensus is met de andere doeners… dus moeten we praten.”, besluit hij filosofisch.

Jochem erkent ruiterlijk: “Ik ben niet zo kort van stof. Praten kan ik wel. Het begint wat mij betreft dan ook bij praten- en denken- en afwegen. Niet eindeloos praten, want daarna moeten de doelstellingen natuurlijk wel gerealiseerd worden.”

Duurzaamheid: vooroplopen of volgen?

Jochem antwoordt snel en met overtuiging: “Vooroplopen. Omdat we een voorbeeld moeten stellen voor de maatschappij. Als je een opdracht geeft en aangeeft dat de uitvoering duurzaam moet zijn, dan stimuleer je de branche om daar invulling aan te geven. Natuurlijk moet je de aannemers daarbij wel helpen en de tijd en kans geven daarop blijvend in te spelen. Voorwaarde is dat er bij opdrachten een gelijk speelveld is.”

Kees twijfelt over de keuze voor volgen. Eerst de inkopper: “Ik denk dat ieder weldenkend mens voor duurzaamheid is. In Nederland zijn we echter vergeten een stip op de horizon te zetten. Dat is echt een drama.” Kees meent dat we allemaal wel wíllen vooroplopen, en energiezuiniger leven, gebaseerd op doelstellingen die Nederland mobiliseert! Maar dan wordt politiek alles uit de kast getrokken om te scoren, en ontbreekt bijvoorbeeld de noodzakelijke infrastructuur. “Daar word ik echt chagrijnig van.”

Jochem vult aan: “Benoem een reëel tijdspad voor duurzaamheidsdoelstellingen, durf de lat hoog te leggen en benoem het pad dat bewandeld moet worden.” Dan werk je immers ergens naar toe. Let wel: “Het leven is geen rechte lijn, het gaat wel eens een beetje links en rechts, daar moeten we wat flexibel in zijn.”

Dieptepunt van je BSNC-tijd?

Kees: “Dat de discussie met de VSG over bezwaren tegen infill niet goed op gang is gekomen. Ik vind het zonde dat VSG en BSNC elkaars expertise en positie niet respecteren.” Hij voegt daaraan toe: “Ook een dieptepunt vind ik dat we niet meer samen met de VSG, het ministerie van VWS, NOC*NSF het Kwaliteitszorgsysteem 2.0 trekken.”

Jochem illustreert dit: “Het is een feit, maar ook een zwakte in de sport dat er nogal wat ego’s rondlopen.”

Hoogtepunt van je BSNC-periode?

Jochem: “Dat we destijds begonnen zijn met zo’n twaalf, dertien partijen de BSNC op te richten. En dat deze vereniging enorm gegroeid is en na 21 jaar nog steeds bestaat!” Kees is het roerend met Jochem eens.

Werk of pensioen?

Hier blijft het nog langer stil aan tafel. “Dat is zo’n allejezus moeilijke vraag.”, aldus Kees. En het blijft weer stil.

“Ik heb mijn hele leven met ongelofelijk veel plezier gewerkt, heb nog dezelfde energie als die ik twintig jaar geleden had. Heb ook veel kennis die ik heb overgedragen. Nu komt de derde helft, en moet ik eerst mijn ego even opzijzetten, om plaats te maken voor de volgende generatie. Andere dingen waar ik van ga genieten. En eerlijk gezegd: dat duurt enige tijd.”

Jochem heeft twee maanden geleden de deur van Sweco achter zich dicht gedaan. “Vroeger stoppen is voor mij een bewuste keuze”, licht hij toe. “Er is immers meer in het leven dan werk, en nu zijn er een aantal andere dingen waar ik mij echt toe verbonden voel. Er komt ook meer ontspanning. Vorige week liep ik om 11.00 uur ’s morgens de boodschappen te doen. Dat is bijzonder om te ervaren. Ik deed dit vroeger nooit, dan zou ik mij schuldig voelen!”

Ook is er meer tijd voor de kleinkinderen: Jochem heeft er drie en Kees twee. Die kinderen hebben pas rake uitspraken!

Over Kees Haaksman

  • 18-feb-1955
  • Geboren in Utrecht, vanaf 1986 woonachtig in De Bilt
  • Getrouwd, 2 kinderen, 2 kleinkinderen
  • Dienstplichtig officier (1975-1976)
  • 7 jaar werkzaam bij G.J. van Schoonhoven B.V.
  • 32 jaar werkzaam bij Agterberg Bedrijven b.v.
  • Voorzitter BVOR (1994-1999)
  • Medeoprichter en 1e voorzitter van de BSNC in 2002
  • Aantal functies vanuit portefeuillehouder bestuur
  • Voorzitter Raad van Advies (2012-2023)
  • Sportieve activiteiten: bergsport, hardlopen, skiën en bergsport

Over Jochem Knol

  • 12 juni 1958
  • Geboren in Hekendorp en woont nu in Beetsterzwaag
  • Woont samen, heeft twee zonen en drie kleindochters
  • Na het doorlopen van de Rijks Hogere School voor Tuin- en Landschapsinrichting in Boskoop, korte dienstverbanden gehad bij de provincie Zuid-Holland, de Landinrichtingsdienst en Landschapsarchitectenburo Boon in Houten. Daarna bijna veertig jaar bij Grontmij/Sweco
  • Is medeoprichter BSNC in 2002
  • Woont al ruim dertig jaar in noord Nederland: Drenthe, Friesland
  • Vanaf de oprichting actief tot ongeveer een half jaar geleden in de commissie Onderzoek, vanuit bestuur portefeuillehouder onderzoek
  • Sinds acht jaar namens de BSNC arbiter bij de Raad van arbitrage voor Bouwgeschillen (benoemd tot 2028)

Aanvulling op deel 1 van het interview:

In het vorige interview d.d 21 december 2023 hebben Jochem en Kees verteld over het ontstaan van de BSNC. Hoewel zij in het interview namen hebben genoemd, was het niet hun bedoeling om mensen persoonlijk aan te spreken. Zij willen toevoegen dat, wat hen betreft, de persoonlijke verhoudingen altijd goed zijn geweest en gebleven. Dit heeft er bijvoorbeeld in geresulteerd dat KIWA, later ISA Sport, lid is geworden van de branchevereniging BSNC.

Meer nieuws

X