Ontwikkeling Duurzaamheidslabel BSNC

“Duurzaam moet de standaard worden”

Wethouder Paul de Beer van Breda is een warm pleitbezorger van verduurzaming. Om die reden is Breda actief betrokken bij de ontwikkeling van het duurzaamheidslabel. “Hieraan meewerken is voor ons vanzelfsprekend. Duurzaam moet de standaard worden”, aldus De Beer.

De term duurzaamheid is de laatste jaren een containerbegrip geworden. Bovendien linkt men dit meestal direct aan het milieu. Wethouder De Beer denkt daar anders over en geeft voor Breda een hele specifieke invulling aan duurzaamheid. Deze is vastgelegd in de Duurzaamheidsvisie ‘Breda 2030’. Maar het blijft niet bij deze zienswijze alleen. Een hele serie ‘actsheets’ maakt duidelijk wat de gemeente al bereikt heeft, welke doelen de gemeente nog stelt én waarom zij die wil bereiken. “Duurzaamheid gaat over het milieu én ook over mensen. Duurzame ontwikkeling betekent dat we willen voorzien in de behoeften van de huidige generatie én de toekomstige generaties. Het doel is om een evenwicht te bereiken tussen sociale, milieu- en economische aspecten bij alle ontwikkelingen”, vat De Beer samen.

In de praktijk komt dit neer op een hele reeks van maatregelen die al uitgevoerd zijn of op de planning staan. De wethouder benadrukt het belang van aanpakken in plaats van blijven praten. In Breda zijn hier de juiste voorwaarden voor geschapen aldus De Beer. “De fase van actievoeren is voorbij. De Duurzaamheidsvisie is hier gedepolitiseerd. Dat wil zeggen dat de hele gemeenteraad erachter staat. Bovendien is er veel bewezen technologie voorhanden die we goed kunnen inzetten om te verduurzamen. Dat maakt dat we toe zijn aan een schaalsprong.”

Breda heeft bijvoorbeeld maatregelen doorgevoerd op het gebied van afvalinzameling, mobiliteit en klimaatadaptatie. Daarbij vervult de gemeente niet altijd de rol van uitvoerder. Soms kruipt zij bewust in de rol van aanjager. Dat doet de gemeente bewust als het gaat om het verduurzamen van sportaccommodaties.

Verduurzamen sportaccommodaties
De Beer: “Daarbij gaat het ook over bewustwording. Met een stimuleringsprogramma moedigen we bijvoorbeeld sportverenigingen aan om plastic apart in te zamelen. Anderzijds stimuleren we inwoners om de auto vaker te laten staan door minder parkeerplaatsen te maken bij sportaccommodaties”, noemt De Beer twee geslaagde voorbeelden.

Hoewel er grote stappen gemaakt worden, gaan het verduurzamen niet altijd van een leien dakje. Opgelegde specificaties en wet- en regelgeving kunnen belemmerend werken. Daar zit een spanningsveld. “Je wilt voldoen aan de traditionele specificaties en de eisen van de sportbonden. De veiligheid mag bijvoorbeeld nimmer in het geding komen. Anderzijds wil je ook innovatief zijn en dat vraagt om ontwikkel- en experimenteerruimte. Daar zit wat spanning. In onze Duurzaamheidsvisie hebben we het verstand boven de norm gesteld. Daardoor kunnen we met aandacht voor mens, milieu en middelen blijven innoveren”, licht de wethouder toe.

De milieu- en sociale aspecten van duurzaamheid springen veelal als eerste in het oog. De economische kant is veelal nog een uitdaging. De terugverdientijd van een investering door bijvoorbeeld energie te besparen kan een goede graadmeter zijn. Bijvoorbeeld bij het overschakelen naar LED verlichting bij sportcomplexen. De economische kant kan ook betrekking hebben op bijvoorbeeld het verhogen van de kwaliteit. In Breda wordt 18,7 miljoen geïnvesteerd in het verduurzamen van 75 accommodaties. “Die maatregelen zorgen ervoor dat het binnenklimaat aanzienlijk verbetert. Dat is ook een positief effect dat we mee moeten nemen”, stelt De Beer.

De opgedane kennis en ervaringen stelt Breda graag beschikbaar voor anderen. De wethouder wil daar echter ook iets voor terug. “Door verbinding te maken met andere partijen ontstaat het goede gesprek. Nieuwe initiatieven komen in beeld of worden geboren. Dat helpt alle partijen om verder te brengen. Daarom werken we ook actief mee om het Duurzaamheidslabel van de BSNC te ontwikkelen. Dan kunnen we met de complete sportbranche aan tafel om duurzamer te gaan denken, praten én doen”, besluit hij.

X