Interview Kees Haaksman

“Vind de weg terug om van 4 “belangen eilanden” 1 gezond “wijland” te maken.
Scheidend bestuurslid PABA en lid Raad van Advies, Kees Haaksman.

Op de ledendag in Amsterdam zijn er onder meer lovende woorden voor en neemt de BSNC node afscheid van PABA-bestuurslid Kees Haaksman. Medeoprichter van de BSNC, onvermoeibaar positief, innovatief en verbindend. Hij is van zijn kant driewerf trots op de BSNC en legt ons in dit interview uit waarom. “De BSNC is immers de enige vereniging in Nederland waar de hele keten lid van kan worden!”

Trots: bloeiende ketenvereniging
“Dat we van een aannemersclubje een bloeiende ketenvereniging zijn geworden, daar ben ik heel trots op”. Kees licht deze uitspraak toe. “In 2002 hebben twaalf aannemers, destijds lid van de cultuurtechnische commissie van ISA Sport, besloten het heft zelf in handen te nemen. Dit om de eigen belangen beter te kunnen behartigen en om meer en ook ander onderzoek te kunnen initiëren. Het oprichtingsbestuur bestond uit Grontmij, Oranjewoud, Arcadis en Agterberg. Met een smile zegt Kees dat de drie grote spelers al heel democratisch hadden besloten dat de voorzittersfunctie mij wel zou passen. Later zijn we van “aannemersclub” uitgebreid en zijn de adviesbureaus, overheden en leveranciers uitgenodigd ook lid te worden van de BSNC. Zo werden we langzamerhand een branchevereniging met vertegenwoordiging van alle ‘spelers’ uit de keten van sport- en cultuurtechniek. In de jaren daarop hebben we veel onderzoek gedaan, onder andere met VROM, de WUR en diverse onderzoeksbureaus. Die kennis en informatie is echt van grote meerwaarde voor onze leden. Ook hebben we bereikt dat we een erkende gesprekspartner zijn geworden van de belangrijke partijen in het veld.”

Trots: van eiland naar “wijland”
“We hebben bij de BSNC vier platforms die tezamen de keten vertegenwoordigen. Dat is een groot goed. Ieder heeft zijn eigen belang, maar onze gemeenschappelijke stip op de horizon is de sportaccommodatie van de toekomst.” Kees licht dit toe. “Als we dat met elkaar verder uitdiepen, en ons hard voor gaan maken, dan staan we samen voor een belang dat groter is dan de vier platform-belangen. En dát is de grote toegevoegde waarde van een branchevereniging. “

Trots: ontmoetingen met de leden
De ledendag van 6 juli is een mooi voorbeeld: met zo’n 60-70 aanwezigen uit een vereniging van 130 leden heb je een mooie aanwezigheidsscore. “En die ontmoetingen zijn hartstikke belangrijk!”, benadrukt Kees. “Die kan je nog veel vaker organiseren. Laat bijvoorbeeld een van de vier platforms aan het woord, leg een casus op tafel en wissel ideeën uit. Of nodig inspirerende sprekers uit, zoals de drie vrouwelijke sprekers van de gemeente Amsterdam, die wij hoorden op 6 juli. Zo schud je de leden wakker en bouw je aan een BSNC ‘honk’ waar alle kleuren een gemeenschappelijk doel hebben.” En: “Nodig zowel leden als niet-leden (tegen geringe vergoeding) uit, daarmee vergroot je de bekendheid met en van de BSNC.”

Familiebedrijf
Kees was tot 18 juni commercieel directeur bij aannemer Agterberg uit De Bilt waar hij in 1989 is begonnen. Hij ging een jaartje eerder met pensioen: “Omdat de nieuwe generatie medewerkers eraan komt en de derde generatie in dit familiebedrijf ook al actief meewerkt. Die moeten de ruimte krijgen om een eigen visie te ontwikkelen.” Kees is gehuwd, heeft twee dochters en tijdens het interview (videobellen) zagen we de foto’s van kleinzoon en kleindochter achter hem aan de muur prijken. Kees is weliswaar gestopt met het ‘moeten’ werken, maar is geen bankzitter: hij doet aan tennis, bergsport en wielrennen. Ook wil hij, na een paar maanden bezinning wel ‘leuk werk’ blijven doen, “Als dat zo voorbijkomt, ik zie wel”, aldus een ontspannen Kees.

Hoe nu verder (zonder Kees)?
Daar moet hij hard om lachen. De vereniging groeit en veel leden zijn actief in platforms, besturen en werkgroepen. Kees adviseert om eens na te denken hoe je ervoor kunt zorgen dat een gezonde vereniging ook een gezonde organisatie heeft die niet te veel hoeft te leunen op onbezoldigde bestuurders. Met de ontwikkeling van een kwaliteitslabel voor de ‘toekomstbestendige sportaccommodatie’ bijvoorbeeld, of een duurzaamheidslabel voor sportparken. Dit biedt ook voordelen voor de gemeenten en andere eigenaren van sportaccommodaties. “Kansen te over!”, aldus Kees Haaksman. Hij gaat het volgen en ziet het positief in, zo sluit hij dit interview graag af.