Veel gestelde vragen over het Zorgplichtdocument (Q&A)

De BSNC publiceerde eind 2019 het Zorgplichtdocument milieu kunstgrasvelden’.

Er is veel (positieve) aandacht geweest voor dit document. Ook is er een aantal vragen gesteld. Via onderstaande Q&A-lijst geven we een antwoord op de meest gestelde vragen. Heb je vragen over de Q&A-lijst of nieuwe vragen over het Zorgplichtdocument? Mail deze dan naar info@bsnc.nl.

Q1. Waarom is er geen informatie opgenomen over Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s)?
A1. De informatie in dit Zorgplichtdocument betreft de milieuaspecten van kunstgrasvelden. De informatie over PAK’s is vooral gerelateerd aan gezondheidsaspecten. Het is wel de bedoeling om deze informatie in de volgende versie van het Zorgplichtdocument op te nemen.

Q2. Waarom gaat men niet in op het gebruik van zeepoplossingen en biociden?
A2. Het gebruik van zeepoplossingen en biociden komt kort aan de orde in paragraaf 3.7. Hierin verwijzen de auteurs naar de Green Deal Sportvelden. De Green Deal Sportvelden is inmiddels opgegaan in de bredere aanpak vanuit het Nationaal Sportakkoord en meer specifiek in de Routekaart Verduurzaming Sport.
Momenteel onderzoeken we hoe we het beste met deze middelen om kunnen gaan. Indien dit leidt tot praktische aanwijzingen met betrekking tot het gebruik van zeepoplossingen en biociden, nemen we deze op in een volgende versie van het Zorgplichtdocument.

Q3. Hoe kan ik bij het opruimen van een kunstgrasveld invulling geven aan de zorgplicht?
A3. Het is bij het opruimen van een kunstgrasveld belangrijk dat er geen microplastics verdwijnen in de omgeving en of op de eventueel te handhaven sporttechnische laag achter blijven. Hiervoor zijn verschillende methoden denkbaar. Zorgvuldig werken is veruit de belangrijkste maatregel.
Je kunt ervoor kiezen om de kunstgrasmat ter plaatse (op het veld) leeg te kloppen en de verschillende materiaalstromen separaat af te voeren. Je kunt er ook voor kiezen om de kunstgrasmat in zijn geheel op te rollen (in rollen van ca. 2 m breed) en onder geconditioneerde omstandigheden bij een recyclingbedrijf te scheiden in de verschillende materiaalstromen. Per definitie is het advies om het transport met gesloten vrachtwagens uit te voeren en na het verwijderen van de kunstgrasmat, het veld en de afvoerroute zorgvuldig te ontdoen van microplastics.

Q4. Is verspreiding van infill te voorkomen?
A4. Je kunt de verspreiding van infill in aanzienlijke mate beperken als je adequate maatregelen neemt bij de aanleg, het onderhoud en de renovatie van kunstgrasvelden. In het BSNC Zorgplichtdocument noemen we een belangrijk aantal maatregelen die deze verspreiding beperken. Hiermee geven we invulling aan de geldende zorgplicht bepalingen. Dit is op 10 februari 2020 in een brief van de minister van Milieu en Wonen mede namens de minister van Medische Zorg aan de Voorzitter van de Tweede Kamer bevestigd.

Q5. In het document staat dat schoonlooproosters groot genoeg moeten zijn. Wat is groot genoeg?
A5. Dit betekent dat de schoonlooproosters de gehele breedte van de uitloopopening van het veld moeten beslaan en dat ze zo groot zijn dat spelers er wel hun voeten op moeten zetten en niet overheen kunnen stappen. In de praktijk betekent dit dat we een loopdiepte van minimaal 150 cm adviseren.

Q6. Bij hergebruik van de fundering moet ik voor het zand en de lava door middel van onderzoek vaststellen of het gehalte zink in de zand en in de lavalaag voldoet aan de achtergrondwaarde voor zink (paragraaf 4.3.3). Geldt deze achtergrondwaarde wel voor de lavalaag?
A6. Je moet inderdaad onderscheid maken tussen de lavalaag en de zandlaag. Voor zand klopt de tekst. Lava is echter een bouwstof en hiervoor geldt dat niet het gehalte, maar de uitloging van zink moet voldoen aan de maximale emissiewaarde uit de Regeling bodemkwaliteit.

Q7. In het document noemt men alleen lava als geschikte sporttechnische laag (paragraaf 4.3). Zijn er ook andere materialen geschikt om als onderlaag te gebruiken?
A7. Onderzoek aan een standaard veldopbouw met een funderingslaag van zand en lava toont aan dat de onderlagen van de kunstgrasconstructie het zink gedurende een lange tijd adsorberen. Daardoor is er geen sprake van een milieuverontreiniging door zink van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. Het gebruik van andere materialen, zoals E-bodemas, is toegestaan mits je voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in het Zorgplichtdocument (paragraaf 4.3.4).

Q8. Waarom geeft men alleen het AKAM-systeem als voorbeeld van een systeem dat geschikt is voor slecht draagkrachtige gebieden (hoofdstuk 2)?
A8. We noemen het AKAM-systeem specifiek, omdat het een andere opbouw heeft dan de in het algemeen gebruikte opbouw met een toplaag, een sporttechnische laag en een onderbouw (figuur 2.1). Overige materialen voor slecht draagkrachtige gebieden zijn lichtgewicht materialen, zoals E-bodemas of schuimbeton.

Q9. Hoe moet ik het bladafval van kunstgrasvelden afvoeren?
A9. Bladafval van kunstgrasvelden, dat is verontreinigd met rubberkorrels en met losse kunstgrasvezels, moet je afvoeren als restafval en niet als GFT.

Q10. Welke mogelijkheden zijn er om financiering te krijgen voor de investering in maatregelen om de verspreiding van infill-materialen te voorkomen?
A10. Om de bouw, het onderhoud en het beheer van sportaccommodaties, én de aanschaf en het onderhoud van sportmaterialen te stimuleren, kunnen amateursportorganisaties subsidie aanvragen via de subsidieregeling ‘Bouw en onderhoud van sportaccommodaties’ (BOSA). Daaronder vallen ook diverse maatregelen die de verspreiding van instrooi-materiaal tegengaan, zoals de aanleg van kantplanken en het plaatsen van schoonloopvoorzieningen.

X