Terugblik op de zomer

Voor zover ik het op dit moment kan overzien zijn er weinig langpootmuggen actief. Dat was vorig jaar wel anders in augustus. Na een zeer hoge populatie klapt die opeens in elkaar en neemt dan weer langzaam toe. Na ongeveer zeven jaar zien we dan weer een nieuwe top verschijnen. Omdat, zowel de muggen zelf als ook de emelten in de voedselketen van diverse organismen zitten krijgen die organismen ook te maken met schaarste en maken ook zeven magere jaren door. In de natuur werkt dat door: bij spreeuwen, roofvogels, tot aan de top van de voedselketen toe. Dit populatieverschijnsel heet periodiciteit en heeft ongeveer dezelfde inhoud als populatiedynamica. Periodiciteit is in de natuur een zeer algemeen verschijnsel. Zo zijn er vogels, insecten, zoogdieren, reptielen en planten die lijken te verdwijnen, maar vervolgens jaren later weer minder zeldzaam zijn. Kijk maar naar konijnen, meikevers en op kleinere schaal beurtjaren bij bepaalde fruitbomen. Soms duren die perioden van weg zijn lang, tot wel 50 jaar. Soms is het kort, zoals de zeven jaar bij de langpootmuggen. Het verschijnsel is meestal moeilijk of niet te verklaren. Vele teams van onderzoekers hebben tientallen jaren onderzoek gedaan aan de periodiciteit bij sneeuwschoenhazen in de natuurlijke wildernis van Alaska en geen verklaring kunnen vinden! Het is daarom lastig om te bepalen of een soort met uitsterven bedreigd wordt of niet. Uitsterven heeft in de meeste gevallen te maken met omgevingsfactoren (leefgebieden) die verdwijnen of schaars worden.

Er is de afgelopen jaren veel geschreven over bloemen, bloemenmengsels en de voordelen daarvan voor bijen, hommels en andere bloemenvrienden. Van een entomoloog die dit blog schrijft kunt u dan ook een inkijkje verwachten in die bloemenmengselsaffaire. Na de fipronilaffaire is dit ook een nieuw woord, want we worden overspoeld met verhalen over al die vele verschillende soorten mengsels. De ene mengselnaam is nog sprookjesachtiger dan de andere. Het ene mengsel is goed voor dit, het andere weer goed voor dat. We zien door de bomen het bos niet meer, door de bloemen de wei niet meer. Waar dient een bloemenmengsel voor en hoe moet dat eruit zien?

In de natuur hangt alles samen. Insecten eten gewassen en daar zijn we niet altijd blij mee. Gevarieerde natuur verdwijnt en daar zijn insecten weer niet blij mee. De rode lijst van bedreigde soorten wordt steeds maar langer en daar moeten we iets aan doen. We moeten ons daarbij goed realiseren dat een bloemenmengsel helemaal geen garantie is voor meer insectenrijkdom! Insecten eten van een groot aantal soorten planten. De één is streng gespecialiseerd op één plantensoort terwijl de ander is gespecialiseerd op meer soorten binnen één plantenfamilie en er zijn soorten die leven op meerdere plantenfamilies. Op al die insecten leven weer parasitoïden (meest sluipwespen en sluipvliegen) die ook hun specialisaties hebben of wat minder gespecialiseerd zijn. Al die combinaties zijn van groot belang voor de biodiversiteit en daarom ook van belang voor de planten die bestoven moeten worden, die beschermd moeten worden door parasitoïden tegen hun belagers en die voedsel geven aan tal van andere nuttige insecten. U begrijpt het al: met alleen mooie bloemen die goed zijn voor bijen zijn we er niet. We moeten veel meer plantensoorten hebben, ook soorten die kleine onopvallende bloemen hebben waar bijen en hommels niet op vliegen, maar die wel belangrijk zijn voor het gehele proces. Die planten kunnen alleen goed gedijen als de bodem waarop ze staan geschikt is, als de plaats waar die bodem zich bevindt geschikt is en als het microklimaat op die plaats geschikt is! Het is dus geen één, twee drietje, maar een zeer complex geheel! Laten we ons dus niet gek maken door al die kleurrijke bloemmengsels die we in de handel tegenkomen.

Wat moeten we dan wel doen? Geef ruimte aan de natuur. Richt sportvelden zodanig in dat er voldoende ruimte is voor een zo groot mogelijke diversiteit aan planten. Zorg ervoor dat er overgangen zijn van nat naar droog, van hoog naar laag, hellingen in alle windrichtingen, zo mogelijk verschillende grondsoorten en misschien zelfs een bescheiden helder beekje. Zorg ervoor dat een sportpark inderdaad een parkachtig karakter krijgt en niet een dodelijk saai karakter met alleen maar gras en tegelpaden. Zorg ervoor dat wegbermen een rijkere flora krijgen. Zorg ervoor dat er geen monocultuur ontstaat in de openbare ruimte, maar kies voor beplanting van lanen en wegen met een groot scala aan boomsoorten, afgewisseld door meerdere soorten struiken. Maak de wereld hiermee ook mooier. Leidt planologen en stedenbouwers maar ook sportveldontwerpers en golfarchitecten op met deze gedachte. Laat dit een belangrijk onderdeel worden van de nieuwe leerstoel aan de Wageningse Universiteit. Ideaal krijgen we het nooit, maar benader toch vooral het ideaal zoveel mogelijk. Dan krijgen we terecht een GEO certificaat en dan zijn we goed op weg naar GREENDEAL onder het motto: DIVERSITEIT IS STABILITEIT.

Kijk voor meer greendeal oplossingen eens in ‘Handboek grasveldinsecten. Ecologie en beheersing’ (ISBN:978-90-8686-250-4).

Henk Vlug

www.insectconsultancy.nl

X