Sportpark van de toekomst? Duurzaam en ‘vol houdbaar’

Hoe ziet het sportpark van de toekomst eruit? En: op welke wijze spelen begrippen als energieneutraal bouwen, multifunctionaliteit, bespelingsintensiteit en levensduur daarbij een rol? Zeker is dat de sportsector voorzieningen moet realiseren die duurzaam en kwalitatief hoogwaardig zijn. Met als hoger doel: het plezier voor de gebruiker te vergroten.

Drie betrokkenen uit de branche geven hun visie: directeur Kees Haaksman van Agterberg Bedrijven, projectleider cultuurtechniek Michiel van Koningsbruggen van de gemeente Utrecht en innovatiemanager Frits van den Boogaard van bouwonderneming Heijmans.

Kees Haaksman: “Ik vind het sportpark van de toekomst een lastig begrip. De ontwikkelingen op het gebied van aanleg, beheer en onderhoud van buitensport-accommodaties houden namelijk nooit op. Als je denkt aan duurzaam of energieneutraal bouwen, is er nog een wereld te winnen. Waarom wekken we geen warmte op met een kunstgrasveld? Voer de warmte af waardoor het speelcomfort omhoog gaat. Misschien kan daaruit elektriciteit worden opgewekt. Nu is dit nog onontgonnen terrein. Voor de kunstgrasindustrie een mooie uitdaging hier in te duiken. Energie genereren kan ook door het duurzamer inrichten van kantines en clubhuizen met bijvoorbeeld zonne- of warmtepanelen op de daken. Het sportpark van de toekomst gebruikt alleen nog producten die honderd procent duurzaam zijn. Dus geen verbruik, maar gebruik van grondstoffen. Het woord ‘duurzaam’ klinkt vaak, wat mij betreft, te algemeen en vrijblijvend. De Belgen spreken van ‘vol houdbaar’, veel mooier en meer to the point.”

Kees vervolgt: “Natuurgrasvelden gaan niet verdwijnen uit de sportparken. Onze uitdaging is om met natuurlijke materialen een toplaag te creëren waar een grasplant optimaal in kan wortelen. En wel zo dat het veld maximaal belastbaar is. Alleen kiezen voor kunstgras is een optie, maar daar hangt een heel stevig prijskaartje aan vast en geeft door de competitievraag aan velden een gigantische overcapaciteit aan speeluren. Het exploiteren van natuurgras is veel goedkoper. Belangrijk is om te kijken naar een zo efficiënt mogelijk gebruik van de sportvelden. Wat is de benodigde capaciteit en aan welke type veld bestaat daardoor behoefte? Een nog betere kwaliteit maakt het mogelijk om met een kleiner aantal velden te volstaan. Waarom? Omdat ze dan beter belastbaar zijn en intensiever bespeeld kunnen worden. In de optimale situatie bepaalt de competitiebehoefte in belangrijke mate het totaal aantal benodigde voetbalvelden. Betere competitiespreiding gecombineerd met optimale velden zou deze behoefte positief kunnen beïnvloeden.”

Hij verwacht daarnaast dat led-verlichting de toekomst heeft en binnen vijf jaar op veel sportcomplexen de halogeenlamp vervangt. “Bij tennisclubs maken ze hier al gebruik van. Led-verlichting is wel duurder, maar het energieverbruik is veel lager. Bovendien kunnen lampen zonder problemen meerdere keren achter elkaar uit en aan worden gezet. Ook dat bespaart kosten. Er bestaan daarbij mogelijkheden om subsidie aan te vragen en zo de kosten draaglijker te maken.”

Kees rekent erop dat de velden van het sportpark van de toekomst bestaan uit een combinatie van natuur-, kunst- en hybride grasmatten. “Op kunstgras is het mogelijk dagelijks én onbeperkt te trainen en wedstrijden te spelen. Voor hybride ondergronden geldt dit in mindere mate ook. Clubs reserveren de natuurgrasvelden dan alleen voor de wedstrijden in het weekeinde. Het is en blijft van groot belang om de belasting van de velden zo goed mogelijk te spreiden.”

Multifunctioneel
Michiel van Koningsbruggen richt zich bij de gemeente Utrecht op de aanleg, renovatie en beheer van alle buitensportaccommodaties. “Ik reken erop dat het multifunctioneel en efficiënt gebruik van de sportparken toeneemt. In de toekomst gaat het complex het decor vormen voor meer activiteiten dan bekende traditionele sporten als voetbal en hockey. Denk aan rugby, boogschieten, cricket, maar ook gymlessen van scholen en kinderopvang. Of om er beachvelden aan te leggen. Daarnaast gaat het sportpark als onderkomen dienen voor commerciële, sport-gerelateerde partijen. Bijvoorbeeld fysiotherapeuten die praktijk houden op het complex. Naast multifunctionaliteit is bij het sportpark van de toekomst het energieneutraal bouwen en het duurzaam inrichten van de complexen een belangrijk streven. Daarbij praat je over zaken als het bufferen en/of infiltreren van water, warmte- koudeopslag (WKO) en een toename van het gebruik van zonne-energie voor de sporthal of sportkantine. Ik verwacht door het veranderende klimaat meer extreme regenval met meer neerslag in een korte periode. Daar moeten we op voorbereid zijn.  Een ander voorbeeld is het opslaan en recyclen van drainwater. Klakkeloos lozen in de riolering is geen optie, het gebruiken voor de beregening en terugbrengen in het grondwater wel.”

Net als Kees verwacht Michiel ook dat led-verlichting een grote rol gaat spelen in de nabije toekomst. “Zeker bij de nieuwbouw van sportparken. Gemeenten zijn er op dit moment nog huiverig voor omdat de huidige armaturen niet toereikend zijn voor voetbal- en hockeyvelden en bovendien gevoelig voor storingen. De mate van energiebesparing is daarom voor ons nu nog niet interessant. Daarmee verdienen we de investering niet terug. Nog niet! Het is echter een kwestie van tijd voordat de sportparken baden in het licht van led-lampen. Al verwacht ik dat dit nog wel enige jaren kan duren.”

Michiel verwacht ook dat natuurgrasvelden blijven bestaan. “Die hebben uit milieutechnisch oogpunt een belangrijke functie omdat ze CO2 opnemen en zuurstof uitstoten. Ik heb iemand wel eens horen zeggen dat een voetbalveld van achtduizend vierkante meter net zoveel zuurstof uitstoot als een vergelijkbaar bosoppervlak. Ik denk dat kunstgrasvelden met de rubber infill van vermalen autobanden hun langste tijd gehad hebben. Dit vanwege milieu-, geur- en gezondheidsredenen. Als gemeente ligt onze voorkeur bij de laatste generatie matten met meer steken en dikkere vezels. Die voetbalvelden zijn ingestrooid met TPE: schone en geurloze kunststof bolletjes die je uit het veld kan halen en weer kunt hergebruiken. Dat soort sportvelden staan garant voor een lange levensduur en passen perfect in het sportpark van de toekomst.”

Verbinding
Frits van den Boogaard van Heijmans ziet net als Kees en Michiel veel toekomst in led-verlichting in de sportparken en een zo efficiënt mogelijk gebruik van de velden. Ook hij pleit voor een duurzaam opvangsysteem van (regen)water en milieuvriendelijke inrichting van kantines en clubhuizen. “Duurzaamheid staat in een hoog vaandel, maar we moeten daarin niet doorslaan. Een volledig energieneutraal sportpark is wat mij betreft nu nog geen optie. Voordat je die investering hebt terugverdiend, ben je tig jaren verder.” Frits is ervan overtuigd dat het gebruik van kunstgras verder toeneemt in de toekomst. “Ik juich dat toe. De ontwikkeling daarvan is spectaculair. Je kunt er ook bijna altijd op sporten. De jeugd van vandaag weet bijna niet anders omdat ze vrijwel ieder weekeinde op kunstgrasmatten sporten. Door handig om te springen met de belijning kun je bovendien multifunctionele velden creëren en heb je er ook minder nodig. De combinatie van voetbal en hockey op één veld is nu nog lastig omdat je praat over een ander soort ondergrond. Ik ben ervan overtuigd dat ook hier een oplossing voor komt.”

“Ik ben een groot voorstander van het multifunctioneel gebruik van sportcomplexen. Maak er een plek van waar scholen buitenactiviteiten houden en waar evenementen plaatsvinden van bijvoorbeeld buurtverenigingen en de plaatselijke plattelandsjongeren. Dat gebeurt nu nog te weinig. Gemeenten moeten dit nog veel meer stimuleren en faciliteren. Zorg er ook voor dat al die clubs -die zo hangen aan hun eigen sportpark- de krachten bundelen. Anders is het financieel gezien bijna niet meer op te brengen. Laat ze inzien dat het loont om met andere verenigingen naar één groot complex te verhuizen en gebruik te maken van dezelfde kantine. Zo beschikken ze over een accommodatie die niet weggestopt is in het buitengebied aan de rand van het dorp, maar een plek heeft in het centrum van het dorp of de wijk. Op die manier bevorder je de leefbaarheid en verbind je mensen echt met elkaar. En groeit het sportpark uit tot het sociale hart van de gemeenschap. Hier is altijd wat te doen. Zowel overdag als in de avonduren en het weekeinde. Stel de kantine of het clubhuis open voor kaart-, biljart- en carnavalsclubs en repetities en uitvoeringen van de harmonie- of zangvereniging. Benut die ruimte ook als buurt- of gemeenschapshuis. Gebruik de bestuurskamer voor vergaderingen van verschillende lokale organisaties en overlegorganen. Denk in kansen zoals het realiseren van een afhaalpunt van de supermarkt op het complex. Zeker in het weekeinde een ideale uitkomst voor veel ouders die de verrichtingen van hun kroost op het sportveld willen volgen en nog boodschappen moeten doen. Mijn persoonlijke boodschap is dus: maak maximaal gebruik van het sportpark en laat die locatie zich ontwikkelen tot dé ontmoetingsplaats.”

X