Grasveldinsecten en chemievrij beheer

Het klinkt als een utopie, maar we zullen er toch aan moeten. Gelukkig zijn er mogelijkheden maar het vergt wel enige inspanning en acceptatie. In de komende maanden zal ik mijn best doen één en ander te verwoorden.

Aan het begin van het jaar hebben we vrijwel uitsluitend te maken met emelten, de larven van langpootmuggen. In grasvelden komen vijf soorten voor waarvan er twee erg algemeen zijn. De twee algemene soorten zijn de weidelangpootmug (Tipula paludosa) met één generatie per jaar en de koollangpootmug (Tipula oleracea) met twee generaties per jaar. Beide soorten eten uitsluitend van de groene bovengrondse delen van het gras, meestal zonder daarbij het groeipunt te beschadigen. In de periode vanaf november tot eind maart zijn ze in een stadium dat ze flink groeien. Zolang er geen vorst in de grond zit zijn ze actief. Dat betekent dat ze in deze periode vooral op greens weleens kale plekken kunnen veroorzaken terwijl dat in de grasvelden waar het gras langer is bijna nooit het geval is. Tegenwoordig is het plaatsen van spreeuwenkasten een veel toegepaste techniek die echter alleen interessant kan zijn voor greens. Alleen hebben de spreeuwen dan geen jongen en vreten ze vooral ook bessen en ander voedsel. Het effect op emelten zal dus maar zeer beperkt zijn. In de periode dat de spreeuwen jongen hebben voeden ze zich met emelten, maar op dat moment groeit het gras ook flink door zodat er geen schade zal ontstaan.

Om nu toch iets aan de emelten op de greens te doen zijn er twee niet chemische mogelijkheden. De eerste is het mechanisch verwijderen van emelten door middel van het aanbrengen van zwart plastic folie op de greens gedurende de nacht. De emelten die van nature in de nacht bovengronds eten worden gefopt omdat het dan voor hen nog donker is als de greenkeeper de folie in de ochtend weghaalt. De aanwezige emelten ‘plakken’ voor een gedeelte aan het plastic, de rest kan worden opgeveegd van de grasmat. Een arbeidsintensieve klus die echter gefaseerd kan gebeuren. Gedurende november/december elke nacht bijvoorbeeld twee greens. Een tweede niet chemische methode is het gebruik van insecten-parasitaire nematoden (aaltjes). Deze worden toegepast tot een minimum bodemtemperatuur van 10°C. Aaltjes zijn vooral bekend als biologische bestrijding van engerlingen. Een speciale soort aaltjes doet het echter heel goed tegen emelten. Bedenk wel altijd dat aaltjes gevoelig zijn voor zonlicht (UV) dus pas ze uitsluitend toe bij donker weer of in de avond.

Zie voor uitgebreidere informatie het voor Europa unieke ‘Handboek grasveldinsecten. Ecologie en beheersing’: www.insectconsultancy.nl

Henk Vlug

X