De cursussen onderhoud grassportvelden en grasveldkunde zijn inmiddels halverwege. Ernst Bos (Ernst Bos Advies) ziet dat het voldoet aan een behoefte: “De motivatie is hoog. Mensen kiezen er echt bewust voor om hier te zijn.” De deelnemers komen uit verschillende hoeken van het werkveld: uitvoerende medewerkers, toezichthouders en planners, maar ook specialisten van bijvoorbeeld bemestingsbedrijven. “Het zijn vaak mensen die al langer meelopen en zich verder willen verdiepen in gras.” Wat leren zij? We vroegen het Ernst.
In de cursussen staat de koppeling tussen praktijk en theorie centraal. “We gaan niet zozeer aan de slag met machines,” legt Bos uit. “Het gaat mij erom dat mensen begrijpen wat ze doen. Waarom kies je voor een bepaalde maatregel? Wat gebeurt er in de bodem en in de grasmat?” Daarom gaat de groep bij voorkeur al snel naar buiten. “Wat ik hoor is dat deelnemers vaak na één dag al zeggen dat ze anders naar een veld kijken. Dan heb ik al veel bereikt. ”
Volgens Bos draait het in de onderhoudscursus om inzicht in de basis: grassenkeuze, bodem, waterhuishouding en bemesting. “Als je begrijpt hoe het werkt, kun je betere beslissingen nemen in je onderhoud.”
Een sportgrasveld is geen gewoon stuk gras
“Een sportveld moet functioneel zijn.” zegt Bos. “Om erop te kunnen voetballen moet het aan bepaalde eisen voldoen.” Tegelijkertijd moet je zorgen voor goede groeiomstandigheden voor het gras. “Het is zoeken naar de juiste balans.” Die balans begint bij de basis: de keuze voor grassoorten in relatie tot gebruik, klimaat, bodem, waterhuishouding en voeding. “Het onderhoud is gericht op het vinden van die balans.”
Twee cursussen, twee niveaus
De cursus onderhoud grassportvelden is vooral praktisch ingestoken. “Daar behandelen we het onderhoud zelf, met de bijbehorende theorie.” De cursus grasveldkunde gaat een stap verder in de onderliggende theorie. “Daar zitten mensen die hun kennis verder willen verdiepen en de samenhang willen doorgronden.” Onder de grasveldkunde-deelnemers bevinden zich regelmatig oud-cursisten en vakmensen die al een stevige staat van dienst hebben. “Meerdere Fieldmanagers van het jaar en andere voorlopers in het vakgebied hebben deze cursus in de afgelopen jaren gevolgd,” aldus Bos.
Kritisch leren denken
Een belangrijk doel van de cursussen is om deelnemers kritischer te maken. “Ik wil dat ze de juiste vragen kunnen stellen aan leveranciers en adviseurs.” Als onafhankelijk deskundige heeft Bos daarbij geen commercieel belang. “Ik verkoop geen producten, ik zie mezelf als makelaar in kennis. Het gaat mij erom dat mensen de samenhang leren zien en onderbouwde keuzes kunnen maken.”
Jaarplan biedt houvast
Het vernieuwde ‘Jaarplan onderhoud grassportvelden’ van de BSNC wordt goed ontvangen. “Het jaarplan laat zien wat je wanneer kan doen en helpt om gestructureerd te werken.” zegt Bos “Het onderhoud is vooral door klimaatverandering behoorlijk aan het veranderen. Het jaarplan geeft hierbij houvast, vooral voor mensen die sportvelden ‘erbij doen’. Het is en blijft echter maatwerk per veld. Onderhoud strak volgens de kalender is altijd een slecht idee.”
Volgens Bos zijn de recente ontwikkelingen en inzichten in het jaarplan verwerkt. “Er zit altijd beweging in maar ik verwacht dat dit jaarplan wel weer een paar jaar mee kan.”
Veranderend klimaat vraagt om aanpassing
Dat het klimaat verandert, merkt ook de sector. Bos is ook betrokken bij een werkgroep die kijkt naar de oude normvoorschriften voor de aanleg van sportvelden. “We zien dat de bestaande richtlijnen niet altijd meer passen bij de huidige omstandigheden.”
Een belangrijk punt is de samenstelling van de toplaag. “Vanwege de grotere kans op drogere en hetere zomers worden hele schrale velden een groter risico, vooral in gebieden waar beperkingen voor beregenen gelden. Omgekeerd is een ‘te vette’ toplaag te kwetsbaar in natte perioden”. De uitdaging is om tot richtlijnen te komen die onder verschillende omstandigheden goed functioneren. “De discussie gaat heel erg in het detail, over zaken als toplaagdiktes, zandgrofheid, gehalten organische stof en fijne minerale delen en zelfs de vorm van de zandkorrels. Het doel is uiteindelijk: velden die zo bedrijfszeker mogelijk zijn .”
Gedreven door nieuwsgierigheid
De betrokkenheid van Bos bij het vak ontstond min of meer toevallig. Met een achtergrond in bos- en natuurbeheer en landbouw rolde hij in de wereld van sportvelden. “Ik wil altijd weten hoe iets werkt,” zegt hij.
Die nieuwsgierigheid is nog steeds de drijfveer. “Ik zie grasvelden eigenlijk als een heel specifieke teelt. Je probeert er het optimale uit te halen.” Dat betekent observeren, analyseren en blijven experimenteren. “Het begint met kijken. Als je goed leert kijken, begrijp je beter hoe een grasveld werkt.”
En precies dat is wat hij cursisten wil meegeven: “Als mensen na afloop anders naar een grasveld kijken, dan is het geslaagd.”



