In gesprek met Vincent de Lange, nieuwe voorzitter Commissie Onderzoek BSNC

Sinds kort heeft de Commissie Onderzoek van de BSNC een nieuwe voorzitter: Vincent de Lange (Sweco). Wie is hij, wat drijft hem en welke richting wil hij op met onderzoek binnen de branche? We spraken hem over zijn achtergrond, ambities en de rol van onderzoek in een snel veranderende sector.  

Kun je jezelf kort voorstellen?  

“Mijn naam is Vincent de Lange en ik woon in Eindhoven en werk als adviseur cultuurtechniek bij Sweco, waar ik me bezighoud met projecten in de ondergrond. Ik heb gestudeerd aan Hogeschool Larenstein en ben na mijn afstuderen begonnen bij Sweco. Sweco is ingenieurs- en adviesbureau en is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een organisatie met vrijwel alle disciplines in huis op het gebied van architectuur, openbare ruimte en gebouwen.  

Mijn expertise ligt in de cultuurtechniek, met een sterke focus op het gebruik en functioneel maken van de bodem. Denk bijvoorbeeld aan sportvelden, openbare ruimte, natuurgebieden en agrarisch areaal. Naast mijn expertise in cultuurtechniek ben ik projectleider van onderzoeksprojecten in het kader van gebiedsopgaven.  

Wat voor projecten kom je zoal tegen?  

“Dat varieert enorm. Bij de aanleg van een sportveld kijk je bijvoorbeeld naar de bodemopbouw, de aanwezigheid van organismen, maar ook naar mogelijke risico’s zoals niet-gesprongen explosieven en archeologie. Daarnaast werk ik veel aan vraagstukken rond de energietransitie, zoals de aanleg van kabels en leidingen, bijvoorbeeld voor hoogspanningsverbindingen. De ondergrond speelt daarin altijd een cruciale rol.”  

Waarom heb je de rol van voorzitter op je genomen?  

“Ik was al lid van de commissie en toen duidelijk werd dat Pleun zou stoppen als voorzitter, kwam de vraag wie hem wilde opvolgen. Naast Gert-Jan Kieft als interim ontstond de vraag naar een nieuwe voorzitter. Ik heb me toen aangemeld, ook omdat ik het zie als een mooie kans om verbindingen te leggen en mijn netwerk te verbreden.  

Daarnaast speelt mee dat ik binnen Sweco een meer commerciële rol ga vervullen. Dan is het belangrijk om zichtbaar en actief te zijn in de branche. Bij de BSNC lopen tenslotte vakgenoten én potentiële opdrachtgevers rond. Daar wil ik eerlijk in zijn.”  

Je bent al langer betrokken bij de BSNC?  

“Klopt. Sweco, of eigenlijk de voorganger Grontmij, is medeoprichter van de BSNC. Zelf werk ik er sinds 2001, maar ben pas de laatste jaren actiever binnen de vereniging. Toen mijn collega Jochem Knol vertrok, heb ik zijn plek in de Commissie Onderzoek overgenomen. Dat was een logische stap, omdat ik in mijn dagelijkse werk continu met onderzoek bezig ben.”  

Wat is volgens jou de rol van de Commissie Onderzoek?  

“Een belangrijk punt is dat wij als commissie niet zelf bepalen wát er onderzocht wordt. De onderzoeksbehoefte komt vanuit de commissies Gras en Kunstgras, en die worden weer gevoed door de leden. Wij beoordelen de ingediende onderzoeksvoorstellen en adviseren het bestuur of ze uitgevoerd kunnen worden en eventueel breder in de markt gezet mogen worden.  

Daarbij is het essentieel dat onderzoek bijdraagt aan kennis voor de hele branche. De uitkomsten moeten dus deelbaar zijn.”  

Dat lijkt soms lastig, zeker met commerciële belangen?  

“Zeker. Veel leden hebben ook commerciële belangen en maken continu de afweging: wat deel je en wat houd je voor jezelf? Daar ligt ook een belangrijke rol voor de voorzitter. Ik zie mezelf nadrukkelijk als neutraal. Mijn doel is om partijen met elkaar te verbinden, de dialoog op gang te brengen en het zoeken naar onderzoeksbehoeften.  

En dan heb ik het niet alleen over commerciële partijen, maar juist ook over gemeenten en kennisinstituten. Iedereen heeft een belang en een perspectief.”  

Hoe wil je dat verbinden concreet aanpakken?  

“Vooral door in gesprek te gaan. En eerlijk gezegd: het liefst één-op-één. Veel mensen in onze sector werken zo. Door die gesprekken ontdek je waar de echte behoeften liggen. Neem het thema duurzaamheid. Dat is een breed en soms vaag begrip, maar tegelijkertijd leeft het bij álle leden. Daar liggen dus duidelijke kansen voor gezamenlijk onderzoek.”  

Hoe komen jullie aan goede onderzoeksvragen?  

“Die komen nu vooral van actieve leden via de commissies Gras en Kunstgras. Dat is goed, maar we willen ook de minder actieve leden beter bereiken. Hoe zorgen we dat hun vragen ook op tafel komen?  

Een idee is om daar gerichter kwalitatief onderzoek naar te doen, bijvoorbeeld door met verschillende typen leden in gesprek te gaan.”  

Met wie werken jullie samen op het gebied van onderzoek?  

“We zijn gestart met een stakeholderanalyse: wie houdt zich allemaal bezig met kennisbehoefte en onderzoek rondom buitensportvelden? Dat varieert van overheden en gemeenten tot commerciële partijen en kennisinstellingen.  

Zelf werk ik vaak samen met onderwijsinstellingen en onderzoeksbureaus, bijvoorbeeld voor dataverzameling en het structureren van informatie. In de commissie hebben we ook vertegenwoordigers uit verschillende ‘hoeken’ van de branche, al vullen we deze nog graag aan met iemand uit het onderwijs.”  

Hoe combineer je je rol als voorzitter met je werk bij Sweco?  

“Dat vraagt om zorgvuldigheid. Als Sweco een onderzoeksvraag zou indienen, dan wordt die op dezelfde, uniforme manier beoordeeld als alle andere aanvragen. De commissie opereert onafhankelijk en dat moet ook zo blijven. Transparantie en gelijke behandeling zijn daarbij essentieel.”  

Tot slot: wat wil je de leden meegeven?  

“Ik heb er vooral veel zin in. Dit is een mooie kans om mijn horizon te verbreden en ook andere vormen van onderzoek beter te leren kennen.  

En misschien nog wel het belangrijkste: we horen graag van jullie. Heb je een idee voor onderzoek, loop je tegen een vraagstuk aan of zie je een innovatie die onderzocht moet worden? Laat het weten. De kracht van de BSNC zit in de leden – en daar begint ook goed onderzoek.” 

Meer nieuws