Hoe zorgen we ervoor dat het onderhoud van de kunstmatige sportvelden zoals kunstgras, kunststof en gravel, niet alleen goed wordt uitgevoerd, maar ook nog eens zo duurzaam mogelijk, d.w.z. met zo min mogelijk schade aan het milieu? En zijn er voor de verschillende sporten ook verschillende onderhoudsrichtlijnen? Om die vragen te beantwoorden doken studenten van de WUR in deze materie. De eerste fase van het project, een onderzoek, was een nulmeting: om welke velden gaat het en hoe wordt het onderhoud daar uitgevoerd? Die fase is afgerond en daarom nu vers van de pers: het rapport van het onderzoek Duurzaam Onderhoud Kunstmatige Sportvelden (DOKS).
In dit onderzoeksrapport staan de uitkomsten van een onderzoek naar de onderhoudsmaatregelen op verschillende kunstmatige sportvelden en gedifferentieerd naar sportveldtype zoals polymere infill, organische infill, zand-infill, non-infill, (semi-) watervelden en gravel.
De belangrijkste conclusies zijn:
- preventief onderhoud van de velden is essentieel;
- de milieu-impact van het onderhoud verschilt sterk per sport; dus maatwerk is noodzakelijk;
- ook ontstaat de grootste milieubelasting bij specifieke onderhoudsmaatregelen;
- en is microplastic-emissie primair gerelateerd aan slijtage, mechanische belasting en machinegebruik.
De analyse is kwalitatief van aard en gebaseerd op interviews, vragenlijsten en input van sportbonden en onderhoudsbedrijven. Bij de analyse van het onderhoud is onderscheid gemaakt tussen regulier, periodiek en jaarlijks onderhoud. Het onderzoek laat zien dat de uitvoering en de impact van onderhoud verschilt per sport en type sportveld waardoor generieke richtlijnen beperkt toepasbaar zijn.
Dit onderzoek is iuitgevoerd door studenten van Wageningen UR, met waardevolle input van onderhoudspartijen, gemeenten, sportbonden en diverse experts. Het resultaat is een uitgebreid en zorgvuldig opgebouwd rapport dat dient als een nulmeting en het vertrekpunt voor verdere verduurzaming van het onderhoud van kunstmatige sportvelden. Het onderzoek is geïnitieerd door de BSNC, onderdeel van de Routekaart Verduurzaming Sport en gefinancierd door het ministerie van VWS.
Fase twee van het project is nu, mei 2026, van start gegaan waarin praktische invulling gegeven gaat worden aan de vijf prioriteiten uit de nulmeting. Ook in deze fase zijn diverse partners, BSNC-leden en experts betrokken.
Meer informatie
Koen Beelen, projectleider duurzaamheid, k.beelen@bsnc.nl



